De tweede gekende zoon van Lijnke Laukens en haar echtgenoot Henrick is Laurens. Over hem is meer geweten dan over zijn broer Peter (zie “De eerste generaties in Achel”)
Via verschillende afstammingslijnen is Laurens voorvader van zowel de Antwerpse, West-Vlaamse en Nederlandse tak van de familie.
Laurens was gehuwd met Marij Seskens. Het gezin telde drie leden: Joannes, Henricus en Jacop.

Over de geboortedatum van de drie broers weten we niets: Zij zijn geboren nog voor de invoering van de parochieregisters.
Blijkbaar moet er tussen de drie broers een dispuut geweest zijn over de uitvoering van een overeenkomst die afgesloten was bij het eerste huwelijk van Jan Laukens met Marijke Boelaerts, dochter van Joost Boelaerts, secretaris van de schepenbank van Hamont. Uiteindelijk kwam het toch tot een einde aan de langdurige twist en werd er vrede gesloten in een overeenkomst op 1 januari 1585.
Jacop Laukens (zoon van Laurens)
Over Jacop weten we weinig. Hij was ongehuwd, en woonde in bij zijn broer Henrick (Henricus). Na diens dood moest Frans Laukens, die trouwde met de weduwe van Henrick (zie verder), niet alleen voor diens kinderen, maar ook voor Jacop verder instaan. Blijkbaar was Jacop niet in staat om voor zichzelf te zorgen.
Joannes Laukens (zoon van Laurens)
De oudste zoon van Laurens was Joannes. De vroegste vermelding van Jan dateert van een gicht van 5 maart 1578. Aangezien hij op dat ogenblik meerderjarig moet geweest zijn moet hij geboren zijn rond 1550. Jan huwde driemaal. Uit zijn drie huwelijken zijn drie kinderen gekend: Laurens, Marie en Hubertus.
Vanaf 1580 begint Jan zijn eigendommen uit te breiden. Hij koopt verschillende stukken grond en huizen. Zo koopt hij in 1583 huis, hof, land en zand in het Laer (tegenwoordig de Bergien(1)), in 1596 werd hij eigenaar van “De Smeel”, in 1603 van een hoefke in de Siggerijtstraat, in 1604 een stuk op de “Haegh”. In dat zelfde jaar verwierf hij “De Groote Hof” in het centrum van Achel, gelegen aan het kerkhof. Ook koopt hij in 1614 “de Krakowenhof” van de H. Geest of armenbestuur. De meeste van deze goederen lagen in het zuidelijk gedeelte van de gemeente met uitzondering van het stuk op de Siggerijt (nu Siggert). Ook leende hij verschillende malen geld uit aan anderen. In 1603 eiste Servaas van Laureten, borgemeester van Hasselt, een aantal oude rentes op, staande op de oude Laukens goederen. Deze rentes dateerden uit het begin van de 16e eeuwen waren zo wat 100 jaar oud. Jan en de kinderen van zijn broer Hendrick moesten deze rentes aflossen. Daar Jan de voogd was van de minderjarige kinderen schoot hij hun bedrag voor.
Jan behoorde tot de gegoede burgerij van Achel. Zo werd hij minstens tweemaal verkozen als borgemeester van Achel, nl. in 1594 en 1603. In dit laatste jaar liet hij zich echter vervangen door Willem Jans. Vermoedelijk was hij toen betrokken in de teutenhandel, zoals later verschillende van zijn afstammelingen. Zoals we verder zullen zien bezat hij ook een herberg en brouwerij (zie 16/3 Bijlage: “Den Prins van Luyck”).
Van de drie kinderen van Jan Laukens zou alleen de oudste zoon Laurens de naam verder zetten.
Laurens Laukens (zoon van Joannes)
Laurens was de oudste zoon en stamde uit het eerste huwelijk van zijn vader. Hij moet dus geboren zijn voor 1581. De eerste vermelding van hem dateert van 1614. Blijkbaar had Laurens gestudeerd daar hij meestal in de aktes aangeduid wordt met “mr.” of “meester”. Over de periode 1614 tot 1632 is weinig van hem gekend. Vermoedelijk woonde hij niet te Achel. Pas in 1632, als Heyl, de weduwe van Jan Laukens haar goederen onder haar kinderen verdeelde werd mr. Laurens weer vernoemd. Hij verkreeg 1/3 van de goederen. Daar hij ook het paanhuis (= brouwerij) bezat zal hij ook wel de herberg (“Den Prins van Luyck” zie 16/3) hebben uitgebaat. In 1642 was hij burgemeester van Achel. Hij over leed voor 1648. In dat jaar stond Marie, weduwe van mr. Laurens haar tocht af ten voordele van haar oudste zoon Jan. Blijkbaar was Laurens hertrouwd.
Laurens had vijf kinderen, waarvan vier met zijn tweede echtgenote Marie. Van slechts één zoon – Joannes – weten we dat hij de onze familienaam verder zette
Joannes Laukens (zoon van Laurens)
Jan Laukens werd geboren op 6 december 1620. Ongetwijfeld behoorde ook hij tot de burgerij van het dorp. Hij was in 1665 burgemeester van Achel en werd in 1666 tot schepen van de Schepenbank van Hamont benoemd. Dit ambt bekleedt hij tot aan zijn dood in 1678. Nog steeds is zijn grafkruis te zien in de kerkhoftuin aan de kerk van Achel. Jan was gehuwd met Veronica Wierix. Uit dit huwelijk kennen we 5 kinderen. Het is de oudste zoon Laurens die uiteindelijk de herberg overneemt (zie verder). Een andere zoon, Winandus is actief in de teutenhandel en vestigt zich te Erkelenz in het Rijnland (zie Hoofdstuk 31 “Laukens in Duitsland”).
Een dochter van Laurens, Maria Margaretha Laukens, huwde met – alweer een – Laurentius Laukens, een verre verwante (zie Hoofdstuk 21 “Twee naamgenoten huwen op 19 februari 1718”).

Henricus Laukens (zoon van Laurens)
Henricus Laukens is een rechtstreekse voorvader van “onze” tak (zie Hoofdstukken 17 t/m 19), maar ook , via zijn kleinzoon Gerardus, van de West-Vlaamse en Nederlandse tak (zie Hoofdstuk 21 “Twee naamgenoten huwen op 19 februari 1718”) . We gaan dus even verder in op zijn gezin en nakomelingen. Henricus moet rond 1560 geboren zijn als tweede zoon van Laurens (Vreys) Laukens en Mary Seskens. Hij moet reeds voor 1590 overleden zijn. Zijn weduwe, Margaretha Geenkens, huwde later met Frans Laukens (zie hoger). Het gezin telde vier kinderen, drie dochters en één zoon: Laurens, die dus onze voorvader is. Die Laurens huwde twee-, mogelijk driemaal(2) . Met Marie Josephs had hij vijf kinderen, met Margaretha Michiels zes. Uit dit tweede huwelijk stamden zowel Balthasar (gedoopt op 18 januari 1639) als Gerardus (6 april 1647). Beiden komen verder terug in onze bespreking, als voorouder van onze resp. de Nederlandse en West-Vlaamse tak. De lezer vindt beiden terug op het schema in het begin van dit hoofdstuk.
Balthasar Laukens (Achel 1639 – ? 1678) (zoon van Henricus)
Balthasar Laukens werd gedoopt in Achel op 18 januari 1639, als tweede kind uit het tweede huwelijk van Laurentius Laukens. Het gezin telde in totaal elf kinderen.
Hij huwde op 13 oktober 1671 in Achel met Marijke Daris. Zij was geboren op 10 mei 1633 als dochter van Theodorus Daris en zijn tweede vrouw Elisabeth Wenten(3).
Balthasar en Marijke kregen twee kinderen: Laurentius en Elisabeth. Elisabeth werd gedoopt op 26 maart 1662 “ex illigetime thoro”, negen jaar vóór het huwelijk. Van Laurentius kennen we de doopdatum niet, want in de periode die in aanmerking komt zijn er nogal wat ontbrekende doop gegevens. Vermoedelijk is hij na 1671 geboren. Waarschijnlijk was Balthasar Laukens (koper)teut, alhoewel hiervoor geen directe bewijzen voorhanden zijn.
Balten werd het slachtoffer van een manslag in 1978 (zie hierover het aparte kaderstuk(4)). De juiste overlijdensdatum is niet bekend, aangezien de begrafenisregisters voor die periode ontbreken.
Verzoening betreffende de manslag op Balten Laukens
“Bij het opzoekwerk over de herberg “den Prins van Luyck” en de familie Lauckens vond ik een interessante akte in de gichtregisters van Grevenbroek.
De akte was gedateerd op 19 februari 1680 en de titel ervan was: “Reconsiliatie over den manslach van Balten Lauckens gepertetieert door Bartholomeus Louwers”. In deze akte stelt Marijke Daris, weduwe van Balten Laukens haar voorwaarden om tot verzoening te komen. Over deze voorwaarden zullen we het wat verder over hebben. Eerst laten we eens de gebeurtenissen die tot deze akte hebben geleid uit de doeken doen.
Balten Laukens alias Nachtegael werd geboren op 18 januari 1639 te Achel als zoon van Laurens Laukens alias Nachtegael en Margriet Michiels. Hij huwt op 13 oktober 1671 met Marijke Daris. Uit dit huwelijk werden er twee kinderen geboren. In 1678 wordt hij gedood door Bartholomeus Louwers, inwoner van Viversel. Blijkbaar was het geen opzettelijke moord doch een toevallige doodslag. Meestal werd in zulk een geval tussen de dader en de nakomelingen van het slachtoffer een verzoening afgesproken. Ook hier dus. De onderhandelingen over deze verzoening werden meestal gevoerd door vertegenwoordigers van beide partijen. In naam van Marij Daris onderhandelen Hendrick Laukens, broer van Balten en Goordt van Heeze, man van Marie Daris, zuster van Marij. Voor de dader Bartholomeus Louwers voert Gerardt Willems, woonachtig te Heusden de bespreking.
Welk zijn nu de voorwaarden ? De dader vraagt vergiffenis voor zijn daden. Als tegenprestatie zal hij honderd missen laten doen voor de ziel van Balten Laukens (….hondert sielmissen tot laeffenisse der siele van Balten …). Deze missen moeten onmiddellijk gedaan worden. Verder heeft hij een jaar tijd om aan de nakomelingen een bedrag van tweehonderd gulden te betalen. Ook moet hij zich uit de buurt blijven van de kinderen, broers en zusters van Balten. Indien hij aan één van deze voorwaarden niet voldoet zal de verzoening niet doorgaan en indien de 200 gulden reeds betaald zijn kan hij deze dan niet terug eisen.
De akte werd opgesteld door de notaris Petrus Beyvoets van Neerpelt in de pastorij aldaar. Als getuigen traden op Jan Daems en Jan de Bondt van Neerpelt.
Of aan alle voorwaarden is voldaan kunnen we niet achterhalen. Deze akte is echter een mooi voorbeeld hoe dat onze voorouders ernstige geschillen oplosten. Hierbij werd naast de wereldlijke noden (de 200 gulden) ook gedacht aan het geestelijke (de 100 zielmissen).”
Laurens Balten Laukens (? – Achel 1724) (zoon van Balthasar)
Laurens Balten Laukens (Laurentius, zoon van Balten) huwde op 9 januari 1706 in Neerpelt met Catharina Geuns. Zij was gedoopt op 31 maart 1679 in Neerpelt en, zoals vaak werd het huwelijk dus in haar parochie ingezegend. Het echtpaar kreeg vier kinderen: Balthasar (1707), Godefridus (1709), Maria (1711) en Joanna Margarita (1719).
Laurens Balten overleed op 11 februari 1724. Exact op dezelfde dag werd het testament van beide ouders opgesteld (zie kaderstuk). Merkwaardig is dat Balthasar, de oudste zoon, in het testament niet voorkomt. er wordt enkel gesproken over de drie jongste kinderen. In latere gichten is het telkens Govert (Godefridus) die optreedt voor de overige familieleden (“en consoorten”).
De reden dat Balthasar niet vermeld wordt is waarschijnlijk te zoeken in zijn intrede in de teutencompagnie waarvan zijn vader tot 1721 deel uitmaakte (zie verder).
Het testament van 1724 formuleerde dat de langstlevende om in de noden van de kinderen te voorzien de bezittingen mocht
“ …. vercoopen ende te veralieneren tot hun welgevallen, bij aldyen den langhstlevenden ongetrouwt blijft ende anders niet”.
Zoals gezegd stierf Laurens Balten dezelfde dag nog.
Eerste deel van het testament van Laurens Balten Laukens en Catlijn Govert Geunis van 11 februari 1724, waaruit blijkt dat de drie jongste kinderen erfgenamen zijn van de bezittingen. De aanhef is “filosofisch”, maar dergelijke formuleringen komt men wel eens meer tegen in oude testamenten:
Joes Craeghs Scholtus ende Corn: Sweers de Weerdt schepenen der justitie Hamont relateeren voor hun gecompt te sijn Laurens Balten Lauckens cranck te bedde liggende maar sijnen memorie ende vijf sinnen over all wel machtigh, geassisteert met sijne huisvrouw Catlijn Govarts Geunis, de welcke samenderhandt wilden maecken dit hun testament overdenckende de Broosheyt der menschelijcke nature ende datter niet seeckerder en is dan die doodt ende niet onseeckerder dan de ure der selve, willen oversulx over hunne tijdelijcke goederen door Godt Almachtigh aen hun verleent disponeeren ende ordonneren op maniere naervolghende en eersten beveelen hunne zielen aan Godt Almachtigh, hunnen Schepper ende H Maget Maria sijne gebenedijde moeder ende alle het hemelsch geselschap ende haere lichaemen ter gewijder aerde
Hem maecken aent fabrijck van H Lambert tot Luyck ende aent fabrijck alhier tot Achel jedere eenen stuyver eens
Daermede comende tot dispositie van hunne tijdelijcke goederen soo maecken ende legateeren zij testateurs aen hunne drij kinderen met naemen Govart, Marie ende Johanne Margriet Laukens dese naervolgende parceelen van erven ten eersten Laukens bemptien aen de windmolen gelegen, den berghman op de hoogstraet gelegen, Lemkens acker, beelen acker ende den acker van Jab Neesen, naer hunne testateurs doodt samenderhandt te deelen ende bij afsterven van een der drij kinderen voortz sal op d’andere voornoemde kinderen de volveeren welcke erven staende hunne houwelijck geprospereert sijn.
Zijn weduwe hertrouwde op 18 november 1726 met Hendrick Laukens, een ver familielid. De huwelijksakte vermeldde de naam “Guns”, maar uit een later document blijkt dat Hendrik wel degelijk met Catlijn Geunis getrouwd was.

Zij worden samen vermeld in een gicht van 9 juli 1728 waarin Henrick en Catlijn naderschap (zie apart kaderstukje) bekennen aan Hendrick Vrancken en Margriet Beijvoets. Paradoxaal genoeg weten we niet met zekerheid welke Henricus Laukens het hier gaat., omdat er meerdere “kandidaten” verwant zijn met Margriet Beijvoets….
Wanneer Catlijn overlijdt is niet zeker, maar op 13 april 1729 noteren we het overlijden van “Catarina Laukens”: is dit Catharina Geuns, de echtgenote van Hendrik Laukens?
Recht van naderschap (vernaderen)
Het recht om bezit dat verkocht is terug te kopen onder dezelfde voorwaarden. Dat recht kun je uitoefenen als je “nader” van bloed bent dan de koper, dus een bloedverwantschap die minder ver weg is dan de koper. Stel de verkoper doet een stuk erf van de hand aan een buurman, zonder familierelatie, dan mag de broer/schoonbroer, neef/nicht etcetera dat stuk erf terugkopen.
Bron: wikimiddenbrabant
Balthasar Laukens (Achel 1707 – Achel 1758?) (zoon van Laurens Balten)
Balthasar Laukens volgde zijn vader op als teut. Hoe dit verliep kunnen we vrij goed documenteren(5):
Zijn vader, Laurens Balten Laukens, was een koperteut, die compagnie vormde met Joannes Daris, Peter Rasens en Henrick Kok. De compagnie was actief in het graafschap Diepholz en in het ambt Fürstenau en in Vörden (Boven Osnabrück). Laurens verliet – in alle vriendschap – op 27 maart 1721 de compagnie. Mogelijk had hij problemen met zijn gezondheid (hij stierf op 11 februari 1724 – zie testament van dezelfde dag), en wilde hij op termijn zijn plaats laten innemen door zijn oudste zoon Balthasar. Balthasar was evenwel nog te jong (14 jaar – gedoopt 9/1/1707), dus moest hij nog in de leer. De overeenkomst hield derhalve in dat Joannes Daris de zoon van Laurens zou opleiden, en daarvoor ook alle kosten zou dragen, zodat die na vier jaar zou kunnen toetreden. Alhoewel in die akte de naam van de zoon niet vermeld wordt, komt o.i. enkel Balthasar in aanmerking: 13-14 jaar was de normale leeftijd om de opleiding te starten, en Godfridus (gedoopt op 26/1/1709) lijkt ons te jong.
De akte vermelde ook dat, na aftrek van allerlei kosten, nog 1.200 Rijksdaalders overbleven, te verdelen onder beide partijen.
Dat het wel degelijk Balthasar de zoon was die in de leer ging bij Joannes Daris blijkt uit een latere overeenkomst, op 9 november 1729, van Joannes Daris met Balthasar Laukens van Achel. Het lijkt dus duidelijk dat Balthasar – zoals overeengekomen – na zijn opleiding tot de teutencompanie van Joannes Daris was toegetreden. De compagnie ging op die 9de november in vriendschap uit elkaar. Balthasar was toen bijna 22 jaar. Ditmaal was er een som van 1.398 Rijksdaalder te verdelen.
Op 21 januari 1731 huwt Balthasar met Helena Pieters uit Weert. het echtpaar kreeg een zoon en een dochter. Van de zoon Petrus Jacobus (Achel 17/4/1733), vonden we geen verder informatie. De dochter, Hendrina, werd geboren in Achel op 11/6/1736, maar stierf zeer jong op 16/3/1742.
Balthasar overleed als weduwnaar mogelijk op 14/7/1758. De overlijdensakte bevat echte geen details die ons zekerheid kan verschaffen, zodat het ook om een andere Balthasar kan gaan….
Godefridus Laukens (Achel 1709 – Achel 1778) (zoon van Laurens Balten)
In de akte van 11 februari 1724 werden de drie jongste kinderen van Laurens Balten Laukens en Catlijn Govart Geunis als erfgenamen aangeduid. De oudste zoon Balthasar kwam om de gekende redenen, niet in het document voor. Van de drie overige kinderen was Govert (°1709) de oudste. Vaak zien we hem verschijnen als partij bij de verkoop van de goederen uit de erfenis van zijn ouders. Na lang speuren konden we, onder meer via zijn huwelijksakte in Borkel, aantonen dat hij een voorvader is van “onze “ tak van de familie: Zie verder Hoofdstuk 17.
(1) Veel later vinden we terug naamgenoten in de Bergien: zie Hoofdstuk 18/2: ”Nakomelingen van Jan Godefridus Laukens in de Bergien”. Deze naamgenoten stamden af van zijn broer Henricus
(2) Mogelijk had hij ook een huwelijk met een zekere Lijske Duffels, maar over dit huwelijk weten we haast niets.
(3) De naam Daris komt opvallend veel voor in de genealogie van de familie Laukens. Het licht voor de hand om te veronderstellen dat Joannes Daris, die compagnie vormde met Laurens Balten (zie verder), familie is van Marijke, De eventuele juiste verwantschap dient nog verder onderzocht.
(4) De tekst van de hand van Mathieu Schuurmans is een artikel uit de “Grevenbroeker Echo’s”, tijdschrift van de Geschied- en Heemkundige kring “De Goede Stede Hamont” (nummer 43/2003). Wij plaatsen het met toestemming van de auteur.
(5) Er is een akte bekend, verleden voor de notaris van Schledehausen (omgeving Osnabrück, Nedersaksen) waaruit heel wat informatie te halen valt. Bron: J.Mertens, Handel en wandel van de teuten in Duitse gewesten, Lommel 1995, 506 p, p 61-62
