Het verhaal van Theo Laukens en Henriette Lehaen is het verhaal van zovelen die in het begin van de twintigste eeuw zijn geboren, twee wereldoorlogen hebben meegemaakt en de economische crisis van de jaren dertig aan den lijve ondervonden hebben. Zij waren tijdgenoten van de geweldige technologische evolutie die deze eeuw heeft gekenmerkt: van de eerste vlucht van de gebroeders Wright van 17 december 1903 tot de eerste mens op de maan op 21 juli 1969. De eerste min of meer bruikbare auto’s, de radio, de televisie, stuk voor stuk zaken die tijdens hun leven ingang vonden, maar waaraan gewone mensen zoals zij veelal niet of slechts gedeeltelijk konden participeren.
De voorgeschiedenis van de familie Laukens
De vader van Theo, Jan Goedfried Laukens, was schoenmaker in Achel, net zoals diens vader en grootvader. Ooit moet de familie, die uit een Teutengeslacht stamde, welstellend geweest zijn, maar het familiefortuin ging verloren in de achttiende eeuw, al kennen we (vandaag althans) de juiste toedracht niet.
In 1793 nam een totaal verarmde Laurentius Laukens dienst als soldaat op een schip van de Verenigde Oost-Indische compagnie met bestemming Batavia (Djakarta). Waarom hij dit deed is voorlopig nog een raadsel: Was het uit verdriet omdat zijn vrouw overleed in 1792? Deed hij een foutieve politieke keuze in de woelige periode ten tijde van de Luikse omwenteling? Of waren het zijn slechte beleggingen?
Vanzelfsprekend was een dergelijke beslissing in ieder geval niet, want hij moest er zijn zevenjarig zoontje voor achterlaten. De kans op een slechte afloop van dergelijk avontuur was niet gering. Hij kende de risico’s, want zijn jongere broer had, eveneens om onduidelijke redenen, in 1788 dezelfde beslissing genomen. Voor die broer liep het al snel fataal af, want hij haalde Batavia zelfs niet: hij stierf in Kaapstad.
Laurentius diende enkele jaren in de kolonie en overleed er in 1795 in het hospitaal van Batavia. Toch probeerde hij tijdens zijn dienst nog voor zijn zoontje te zorgen, want hij liet hem een deel van zijn karige soldij opsturen.
Jan Godefridus, geboren in 1785, was dus al wees op tienjarige leeftijd. Hij werd schoenmaker, en na hem zijn zoon, Theodoor Godefriedus, en zijn kleinzoon, Jan Goedfried, de vader van Theo Laukens.
Theodorus “Theo” Laukens
Theodorus Joannes Henricus Laukens werd in Achel geboren op 23 september 1902, als zoon van Godefridus (Goedfried) Laukens en Joanna Catharina Philippe. Theo kreeg als eerste zoon, naar een veel voorkomende gewoonte, de voornaam van zijn grootvader langs vaderszijde.

Zijn vader was dus schoenmaker, een beroep dat al enkele generaties van vader op zoon werd doorgegeven.
Zoals we reeds schreven in hoofdstuk 18 werd het ouderlijk huis gebouwd in 1902, het geboortejaar dus van Theo.
Het is moeilijk om ons vandaag de dag een beeld te vormen van de leefomstandigheden in die tijd. De huizen hadden géén elektriciteit, geen stromend water en de sanitaire voorzieningen beperkten zich tot een buiten-”gemak” (een plank met een gat boven een beerput in een “huisje”).
Theo was het op één na jongste kind in een gezin van 8 personen; de enige volwassen zoon tussen zeven meisjes, en daardoor de enige naamdrager van die tak van de familie.
In het gezin was er op 20 juli 1901 als eens een zoontje doodgeboren, en op 20 september 1905 zag Joannes Henricus het levenslicht. Het jongere broertje van Theo stierf evenwel op 15 juli 1908, net geen drie jaar oud.
Ter gelegenheid van zijn zevende verjaardag kreeg hij een spaarboekje bij de ASLK, waarop op 14 oktober 1909 één frank werd gestort.

Op 11 januari – na de eindejaarsfeesten – werd zijn “kapitaal” verdubbeld tot twee frank.
Van rond 1910/1911 moet onderstaande foto dateren, waarop gans de familie te zien is: Theo met zijn ouders en zeven zussen.

Hij deed op 29 maart 1914 zijn plechtige communie in de parochiale kerk van Achel.
Tot 1910 werd de eerste communie gedaan rond twaalf jaar. Paus Pius X bracht toen met de encycliek “Quam singulari” (1910) de leeftijd voor de eerste communie op zeven jaar. Rond twaalf jaar volgde dan de plechtige communie en het vormsel. Het zou dus kunnen dat bovenstaande foto in 1911 genomen is, bij de eerste communie van Theo en/of zijn jongere zus Anna.

Het zeemzoete communieprentje van 29 maart 1914 staat in schril contrast met het drama, dat zich enkele maanden later in Europa zou beginnen afspelen….
.. want toen kwam “De Groote Oorlog”!
De Groote Oorlog 1914-1918 1 in Achel en Neerpelt
Op 4 augustus 1914 vielen de Duitsers ons land binnen. Voor de bewaking van de grens tussen het bezette België en het neutrale Nederland moest de bezetter duizenden Duitse manschappen inzetten, troepen die echter nodig waren aan het front. Daarom besloten de Duitsers in 1915 om die grens hermetisch af te sluiten met een draad.
Deze versperring zou in het jonge leven van zowel Theo Laukens als Henriette Lehaen een cruciale rol spelen.

Reconstructie van de Doodendraad door de heemkundige kring “De Goede Stede Hamont” aan grenspaal 174 tussen de Achelse Kluis en Hamont. Bij de aanleg van de versperring werd de zone errond vrijgemaakt; een strook van minimum dertig meter was verboden gebied. De begroeiing vertekent dat beeld dus enigszins. (Foto Herman Laukens)
“Den droad” bestond in werkelijkheid uit een driedubbele afsluiting, waarvan alleen de middelste – ongeveer twee meter hoge – draad onder hoogspanning (1500 tot 2000 V) stond, en de andere als waarschuwing en bescherming dienst deden.
De rijksgrens tussen beide landen is ongeveer 450 km lang en verloopt zeer grillig.
Om die reden werden bij het aanleggen van de versperring sommige van die grilligheden afgesneden, waardoor de afsluiting uiteindelijk 357 km lang werd.
De zones die buiten de versperring vielen moesten echter ook bewaakt worden, want dat niemandsland was een ideale basis voor smokkel en spionage. Hamont en Achel vormden zo’n zone omdat in 1915 de versperring ten zuiden van beide gemeenten werd aangelegd. Hamont en Achel werden daardoor van de rest van België afgesloten… In 1916 werd de draad alsnog naar het noorden verplaatst, zodat de dorpen aan de “juiste” (sic) kant kwamen te liggen.
De versperring kreeg terecht de benaming “doodendraad”, want alleen al in de grensgemeenten in het Noorden van Limburg vielen er 61 doden.

Het Sint-Hubertuscollege in Neerpelt 2
Na de lagere school ging Theo naar het Sint-Hubertuscollege in Neerpelt. Dit college schreef geschiedenis in de Vlaamse beweging: Van bij de oprichting in 1910 werd begonnen met volledig Nederlandstalig onderwijs én met de moedertaal als omgangstaal buiten de lessen. Een volledig Nederlandstalig college dus én een primeur voor Vlaanderen! Heel wat leidinggevende figuren van de Vlaamse beweging lieten er hun zonen onderwijs volgen: Van Cauwelaert, Wildiers, Borms,..
Door het begin van de oorlog kon het schooljaar 1914-1915 niet zoals voorzien aanvangen op 4 september. Pas begin november konden de lessen van start gaan met ruim negentig leerlingen.
Van juli 1915 tot juni 1916 waren Hamont en Achel echter door “den draad” afgesloten van de rest van België. Voor leerlingen uit die gemeenten was het daardoor zo goed als onmogelijk om naar het college in Neerpelt te gaan. Het niet duidelijk of, en hoe, Theo school liep in die periode; misschien kon hij toch – als jonge scholier – de doorgang aan de Quatre Bras 3, minder dan één km van zijn woonplaats, gebruiken.
In de lijst met ex-leerlingen van het college staat Theo vermeld als afgestudeerde in de derde economische voor het schooljaar 1919-1920.

De derde moderne is het vierde jaar van de humaniora (vroeger telde men de schooljaren in de humaniora achterwaarts: het eerste jaar was dus de zesde, het tweede jaar de vijfde, enz…). In het college was de derde economische het laatste jaar van deze richting (Voor de Latijns-Griekse werden ook de twee laatste jaren – poësis en retorica – gegeven; niet voor lang echter, want in 1921 werden die twee jaren – om onduidelijke redenen – door de bisschop terug afgeschaft).
De voorgeschiedenis van de familie Lehaen
De verst gekende oorsprong van de naam Lehaen ligt in Luik in het begin van de 17de eeuw, toen in 1647 een zekere Petrus Lehane huwde met Marie Bailly. Nazaten kwamen halfweg de zeventiende eeuw in Limburg terecht: Op 30 november 1765 huwde Nicolaus Lehaen, gedoopt in Luik op 16 juni 1741, met Christine Eerdekens, gedoopt in Peer op 27 april 1731. Het huwelijk ging door in Peer, en de kinderen werden er ook geboren.
Hubertus Lehaen, de vader van Henriette, werd geboren op 2/12/1872 in Kleine-Brogel. Al jong verloor hij zijn ouders: op zijn negende overleed zijn moeder Anna Barbara Plessers; zijn vader, Peter Jacobus, stierf toen Hubertus nauwelijks twaalf was.
Hij groeide verder op in het gezin van Peter Joannes Cuyvers en Maria Elisabeth Geusens, de weduwe in tweede huwelijk van zijn vader. Peter Jan Cuyvers was slachter en timmerman in Neerpelt. Waarschijnlijk leerde Hubertus van hem het slagersvak.
In 1894 huurde Hubert Lehaen een winkelpand in de Groenstraat 9 om er een slagerij uit te baten. Later kocht hij het huis.
Op 19/6/1897 huwde Hubert in Neerpelt met Anna Maria Knapen, geboren in Nederweert, maar werkzaam als dienstmeid in een gezin in dezelfde Groenstraat. Het gezin Lehaen-Knapen kreeg 15 kinderen, waarvan Henriette (“Jetje”) het zesde was.
Alle kinderen werden in de Groenstraat 9 geboren. In 1921 verhuisde de familie naar de Kerkstraat 1 (hoek met de Groenstraat). Het is dit adres dat we terugvinden op de huwelijksaankondiging van Theo en Henriette (27/3/1933).
Henriette “Jetje” Lehaen
Henriette werd dus geboren op 14 januari 1904 in Neerpelt, als 6de kind uit een gezin van 15 kinderen.

Haar vader, Hubertus Lehaen, was slager; haar moeder, Anna Maria Knapen, was zoals gezegd afkomstig uit Nederweert (Nederland).

Het verhaal wil dat Henriette bij het begin van de eerste wereldoorlog samen met twee broers (Hubert en Pierre) en een zus (Fien) bij hun grootouders in Nederweert op de Budschop met vakantie was. De grens tussen het bezette België en het neutrale Nederland werd door de bezetter hermetisch afgesloten, en de vakantiegangers konden niet meer naar huis….

Hoe het precies gelopen is, is moeilijk te achterhalen, maar onwaarschijnlijk is het verhaal zeker niet 4. We weten dat Henriette met haar zus en twee broers inderdaad gedurende de jaren van de oorlog in Nederland bij de grootouders langs moederskant (Jan Mathijs Knapen en Petronella Smolenaers) verbleef, en er school liep. Twee andere broers (Frans en Jef) verbleven in dezelfde periode bij een oom en tante (Peter Joannes van Gemert en Francisca Knapen), eveneens in Nederweert. Half 1914 telde het gezin tien kinderen (waaronder één baby van enkele weken oud). Zes ervan werden dus “uitbesteed” in Nederweert (mogelijk “op vakantie”, om de pil te vergulden?). De twee oudste zonen en de twee jongste kinderen bleven bij hun ouders.
Ongetwijfeld heeft de oorlog een diepe impact gehad op het gezin waarin Henriette opgroeide, net zoals het een ingrijpende periode moet geweest zijn voor Theo en zijn familie.
Henriette ging op kostschool in Gent en leerde er snit en naad. Ze heeft in het ouderlijk huis een tijd lang een winkel van modeartikelen voor dames uitgebaat.
Achel/Neerpelt/Lommel

Theo startte zijn professionele carrière op 16 februari 1921 bij de overheid, als tijdelijk agent bij de belastingen. De brief met zijn aanstelling (“Admission d’agent temporaire”) is ééntalig Frans: wat betreft de vernederlandsing van de administratie was er duidelijk nog een lange weg te gaan. Hij woonde volgens dat document op dat ogenblik nog in Achel. Hij kwam terecht bij de diensten van Financiën in Neerpelt.
Op 15 februari 1923 werd hij aspirant kantoorklerk (“aspirant-commis”) bij de “Trésorerie et la Dette Publique”, en vanaf 15 december 1923 kantoorklerk (“commis”).
Hij volbracht zijn legerdienst van 10 maand van 1 juni 1923 tot 29 maart 1924, dus in de periode van zijn tewerkstelling bij de “Trésorie”. Hoe die combinatie liep is niet duidelijk. Hij maakte deel uit van het 11de linie (8ième Cie volgens zijn burgerlijk mobilisatieboekje) met klas 1922 en stamboeknummer 111.69900.
Hij nam of kreeg vanaf 1 mei 1924 ontslag en werd op 5 januari 1925 bediende bij de Cie des Métaux Overpelt-Lommel, en dit tot einde februari 1927.
Antwerpen
Op 1 april 1927 trad hij in dienst van het Algemeen Beleggingskantoor in de Quellinstraat 45 in Antwerpen. Het algemeen beleggingskantoor werd in 1925 opgericht door Frans Van Cauwelaert voor investeringen in het Vlaams ondernemingsgebeuren. Ook hier is communicatie ééntalig Frans, zelfs in een door Van Cauwelaert – toch een boegbeeld van de Vlaamse beweging – opgerichte onderneming! Ten bewijze hiervan nevenstaande aanbevelingsbrief die Theo ontving bij zijn ontslag.

Antwerpen moet er in die tijd totaal anders uitgezien hebben. Een paar voorbeelden: Zo moest het torengebouw – de “Boerentoren”- nog gebouwd worden (1929-1931). Vandaag kunnen we het ons moeilijk voorstellen, maar er was in heel Antwerpen nog geen enkel verkeerslicht ; het eerste kwam er pas begin de jaren dertig! De havenactiviteit situeerde zich nog op de Scheldekaaien en in de 19de eeuwse dokken rond het eilandje, want de verdere uitbreiding naar het noorden was pas gestart. De legendarische Red star Line, waarmee bijna drie miljoen emigranten naar de VS verscheepten, was nog actief. Op een braakliggend terrein ten zuiden van de stad werd gebouwd aan de wereldtentoonstelling van 1930; Antwerpen kreeg er daardoor een nieuwe wijk bij.
Aangezien Theo uiteraard niet over een auto beschikte – hij heeft trouwens nooit een auto gehad – impliceerde een job in Antwerpen dat hij ter plaatse onderdak moest zoeken.
Met enig zoekwerk hebben we de achtereenvolgende adressen waar hij gewoond heeft min of meer kunnen reconstrueren.
Op 15 april 1927 werd hij ingeschreven in het bevolkingsregister van Antwerpen op het adres Jacobsstraat 19 (tussen de Quinten Matsijslei en Simonssstraat) te Antwerpen, op wandelafstand van zijn werk in de Quellinstraat. Het bevolkingsregister vermeldt als vorige woning foutief Bergeind 30 in Achel, want dit moet Bergeind 53 zijn.
Vanaf 14 juni 1929 werd een adreswijziging genoteerd naar de Rotterdamstraat 36, in de buurt van het Sint-Jansplein.


In de periode dat hij werkt voor het Algemeen Beleggingskantoor studeerde hij verder. Hij behaalde op 1 mei 1930, na een studie van 4 jaar, een diploma “Hoogere leergang van handelswetenschappen / Cours supérieur de sciences commerciales” in Antwerpen. Het diploma met “la plus grande distinction” werd o.m. ondertekend door Frans Van Cauwelaert, toenmalig burgemeester van Antwerpen.
Theo bleef in dienst van het Algemeen beleggingskantoor tot einde 1930. Vanaf 10 maart 1931 werd hij boekhouder bij Viro Radio op de Turnhoutsebaan 412 in Borgerhout. Hij woonde op dat ogenblik nog in de Rotterdamstraat. Dan sloeg de economische crisis, begonnen met de beurscrash van 24 oktober 1929, echter in alle hevigheid toe, en werd hij op 31 januari 1932 ontslagen. Een zoektocht naar nieuw werk in Antwerpen leverde blijkbaar niets op en, na zijn eerste verblijf van ruim vijf jaren in Antwerpen, liet hij de stad voorlopig voor wat ze was.
Hij werd officieel uitgeschreven uit het bevolkingsregister van Antwerpen op 9 september 1932, en terug ingeschreven in Achel, Bergeind 53.
Tongeren
We vinden Theo Laukens vanaf 1 mei 1933 terug in de Maastrichterstraat 12A in Tongeren. Hij was van 1 januari 1933 tot 31 maart 1934 in dienst bij een drankenhandel “Georges Pirard-Neven” in de Statieplaats 4 in Borgloon, een tiental kilometer van zijn woonplaats. Als beroep werd op het bevolkingsregister “rekenplichtige” ingevuld

Op 27 maart 1933 huwden Theo Laukens en Henriette Lehaen in Neerpelt. Hoe zij elkaar leren kennen hebben is niet geweten. Mogelijk gebeurde dit tijdens zijn eerste job bij Financiën. Hij werkte toen immers in Neerpelt, het geboortedorp van Henriette… Volgens het bevolkingsregister van de nieuwe woonplaats woonde Henriette tot aan haar huwelijk in de Kerkstraat 1 te Neerpelt.
In de familie doet het verhaal de ronde dat ze snel moesten trouwen, maar dan om andere redenen dan gewoonlijk: Ze wilden immers een schoenwinkel beginnen, maar daarvoor moesten ze gehuwd zijn, want stel je voor dat in die tijd twee ongehuwde mensen gingen samenwonen…
Om de zaak onmiddellijk te kunnen starten moest het huwelijk dus al snel plaatsvinden. Maar dat kon niet, want het was vastentijd voor Pasen en dan kon er in de kerk destijds niet gehuwd worden, tenzij men hiervoor een gegronde reden kon aanvoeren.
Blijkbaar was het starten van een schoenwinkel een voldoende reden, en zo komt het dat Theo Laukens en Henriette Lehaen op 27 maart, twee weken voor Pasen (16/4) en dus tijdens de vasten, “in allen eenvoud” in het huwelijksbootje stapten.


Onmiddellijk na haar huwelijk, op 1 april 1933, trad Henriette Lehaen in dienst bij “Chaussures FF”. Zij werd “gérante “ van de winkel in het huis waar ze woonden, in de Maastrichterstraat 12 dus. Lang heeft ze niet in de schoenwinkel gewerkt: ze was terug uit dienst vanaf 30 november 1934. Op 18 juli 1934 werd een eerste zoon (Guido) in Tongeren geboren. Mogelijk ging in die tijd het moederschap en haar job als gérante niet samen. Theo Laukens had in die periode (vanaf april) geen werk.
Het ligt voor de hand dat hij in die tussentijd zijn zwangere vrouw hielp met het openhouden van de winkel. De schoenenbranche was hem niet vreemd, want zijn voorouders waren zoals gezegd al generaties lang schoenmakers in Achel.


Op 1 december 1934, dus onmiddellijk na haar ontslag bij “Chaussures FF”, verhuisde Henriette met haar gezin naar de Driekruisenstraat 17.
Van 1 oktober 1934 tot 31 augustus 1936 was Theo Laukens bediende bij de handel in hout en bouwmaterialen Jorissen – Huygen in Tongeren .

Op 22 maart 1936 werd een tweede zoon (Hubert/Bert) in Tongeren geboren. Van 15 december 1936 tot 31 januari 1937 was Theo bediende bij Gebroeders Van der Meer, maar bijzonderheden zijn er over deze zeer korte tewerkstelling niet te vinden.

Terug Antwerpen
Op 15 februari 1937 begon hij zijn loopbaan bij de Dienst der Scheepvaart, opgericht in 1928 voor het beheren van de Kempense Kanalen, en voor de bouw en het beheer van het Albertkanaal. Het kanaal was op dat ogenblik nog niet gerealiseerd: Het graven van 130 kilometer lange traject startte immers in 1930 en duurde tot 1939.
Hij werd “schrijver” vanaf 15/2/1937 bij ingenieur Lievens R. in de Boisotstraat nr 11 (wijk het Zuid) te Antwerpen.
Zoals gezegd heeft hij nooit over een wagen beschikt, de afstand Tongeren/Antwerpen was dagelijks niet te overbruggen, bijgevolg moest hij nog maar eens verhuizen. Volgens het bevolkingsregister van Tongeren, waar het vanaf 18 maart 1937 werd uitgeschreven, vertrok het gezin naar de Orchideeënstraat 33 in Wilrijk. Verder is er op dit ogenblik geen enkel spoor over hun verblijf op dat adres. Lang heeft het zeker niet geduurd want we vinden inderdaad briefwisseling terug waaruit blijkt dat hij op 8 december 1937 in de Vaderlandstraat 79 te Wilrijk woonde, en dit waarschijnlijk tot einde 1939. Het huis op dit adres is inmiddels afgebroken. Zeker van januari 1940 tot 11 januari 1943 woont het gezin in de Michel Willems-laan te Wilrijk.

De woning in de Michel Willemslaan in art deco maakte deel uit van twee identieke woningen, die elkaars spiegelbeeld waren. De woning rechts heeft nog de oorspronkelijke glas-in-lood ramen. (Foto: Herman Laukens)
Op 7 april 1938 werd de familie verblijd met de geboorte van een eerste dochter (Elza/Els), en op 29 februari 1940 met een tweede dochter (Jenny). Op 26 juni 1942 volgde de derde zoon (Walter). De drie kinderen werden in Neerpelt geboren. Waarschijnlijk is Henriette telkens voor de bevalling naar haar familie in haar geboorteplaats getrokken, terwijl Theo in Antwerpen werkte.
De tweede wereldoorlog begon voor België met de Duitse inval op 10 mei 1940. Het Belgisch leger legde de wapens neer op 28 mei. Ten tijde van de mobilisatie in 1939 heeft Theo, zoals elke ambtenaar, een zogenaamd burgerlijk mobilisatieboekje ontvangen. Dit boekje, dat elke ambtenaar zorgvuldig moest bijhouden, bevatte onder meer wetten en richtlijnen voor de ambtenaren in oorlogstijd.
Het bevatte ook gegevens over de loopbaan en de bezoldiging van de persoon in kwestie. Hij kreeg in de loop van de maand mei 1940 twee voorschotten uitbetaald, één in Antwerpen op 12 mei en één in Poitiers op 31 mei. Het is niet duidelijk hoe hij in de hectische periode van de 18-daagse veldtocht in Frankrijk was terecht gekomen. Het moet hoe dan ook een zeer kort verblijf geweest zijn.
Op 27 december 1944, tekende Theo zijn contract als schrijver bij de Dienst der Scheepvaart; het contract gaat in op 15 februari 1937, ruim acht jaar tevoren! Blijkbaar had hij al die jaren – bij een officiële dienst (!) – zonder geschreven contract gewerkt….
Wanneer het gezin van Wilrijk naar Zurenborg verhuisde is niet exact te bepalen, maar zeker in januari 1944 woonde het gezin in het benedenhuis van de Lange Van Ruusbroecstraat 57 te Antwerpen. De huur bedroeg er begin 1945 400 F (nagenoeg 10 €) per maand.
In december 1945 was de huur opgelopen tot 560 F (13,9 €) per maand, en vanaf 1948 was dit 680 F (bijna 17 €) /maand.


Op 30 november 1945 (Jan) en 14 december 1947 (Herman) werden nog twee zonen geboren, telkens in het Mariagasthuis in Berchem. Het gezin telde dan zeven kinderen.
Theo werd vanaf 1 februari 1946 opsteller, een functie die hij tot aan zijn pensioen zou uitoefenen.
Op 1/12/1949 verhuisde het gezin een laatste maal. Het ging in de Tweelingenstraat 69 wonen, de eerste huur bedroeg er 1050 F (26 €) per maand.
Theo Laukens was al sedert de jaren veertig zwaar ziek, hij had chronisch astma. Om te voorkomen dat hij té veel afwezig was wegens ziekte, nam hij vaak zijn gewone vakantiedagen op wanneer hij ziek was. Toch gebeurde het onvermijdelijke: op 1 januari 1954 werd hij ontslagen wegens zijn veelvuldige afwezigheden. Na verloop van zijn opzegtermijn werd hij evenwel onmiddellijk terug in dienst genomen. Statutair was dit mogelijk voor ambtenaren waarvan de chef zeer tevreden was, maar er hing een prijs aan vast: de beambte werd geplaatst in een categorie lager…. In een gezin dat het al niet breed heeft, kwam dit uiteraard hard aan!

Theo Laukens ging op pensioen op 65 jarige leeftijd op 1 oktober 1967. Hij overleed onverwachts thuis op 25 maart 1973, bijna dag op dag zijn veertigste huwelijksverjaardag.
Henriette verhuisde op 1 maart 1974 naar de Leningstraat 29 in Borgerhout. In 1980 werd ze opgenomen in het RVT “Ten Kerselaere” in Heist-op-den-Berg, waar ze op 5 mei 1988 overleed.
Na het overlijden van Jetje Lehaen besloten de kinderen om jaarlijks een familiereünie te organiseren met de kinderen en kleinkinderen van Theo Laukens en Henriette Lehaen. Sedertdien is dit jaarlijks samenkomen een vaste traditie geworden. Ter gelegenheid van de reünie van 7 oktober 2018 werd bovenstaande foto met zes van de zeven de kinderen van Theo en Jetje genomen.

- Dit gedeelte van de tekst is grotendeels gebaseerd op de brochures “De Groote Oorlog rond de Kluis” die door een aantal Belgische en Nederlandse heemkundige kringen werden uitgegeven n.a.v. de honderdjarige verjaardag van het einde van de eerste wereldoorlog. ↩︎
- Naar aanleiding van het vijenzeventig- en honderdjarig bestaan van het Sint-Hubertuscollege in 2010 werd telkens een jubileumboek uitgegeven. Hieruit haalden wij de informatie, nodig voor ons verhaal. ↩︎
- De Quatre Bras is het kruispunt van de wegen Hamont-Neerpelt en Achel-Sint-Huibrechts-Lille ↩︎
- Info afkomstig uit “de genealogie van de stam Lehaen” door Willy Lehaen (1986) ↩︎






