Wie een beetje wetenschappelijke interesse heeft zal het zeker niet ontgaan zijn: de laatste decennia zijn er in het ontrafelen en interpreteren van het menselijk genoom enorme vorderingen geboekt. Sommige spectaculaire doorbraken in criminele onderzoeken zijn te danken aan het vinden van DNA van de dader op de plaats van de misdaad. Ook de mogelijke toepassingen in de medische wereld halen regelmatig de grote media. Dat er ook op het terrein van de genealogie nieuwe mogelijkheden zijn is in die context een bijzaak, echter voor ons, genealogen, toch maar mooi meegenomen.

Iedereen kent ze wel: de verhalen en grappen over melkboeren en postbodes, die op hun ronde wel eens tot andere, niet-professionele activiteiten, kwamen. Het resultaat van deze escapades volgde dan negen maanden later: een “koekoekskind” in de familie. Flauwe grap of smeuïg verhaal? Mogelijk. Maar voor genealogen een aantal generaties later een ware nachtmerrie: wat indien één van mijn via documenten aangetoonde voorouders in werkelijkheid een koekoekskind was?
Hier volgt de tekst die de keuze toelicht

