Titelafbeelding: De vlag van de Voc is een prinsenvlag met het VOC-logo erop. In tegenstelling tot de hedendaagse rood-wit-blauwe Nederlandse vlag (“Statenvlag”) is de Prinsenvlag oranje-wit-blauw. Het gebruik van de prinsenvlag is tegenwoordig omstreden omdat uiterst rechts deze vlag is gaan gebruiken. Bron van de afbeelding: Ludo Kuipers, Public domain, via Wikimedia Commons
Elders op deze website zullen we een heel hoofdstuk besteden aan Jan Godefridus Laukens (1785-1858) en zijn nakomelingen in de Bergien in Achel. Bij het huwelijk van Jan Godefridus in 1817 bleek dat zijn vader Laurentius al was overleden, en wel in Batavia op 4 augustus 1795. Reden genoeg om dit verhaal eens uit te spitten, want Batavia was de hoofdstad van Nederlands Oost-Indië, niet direct de plaats waar een teut in de 18de eeuw naar toe zou trekken. In de bijlagen van de huwelijksakte vonden we volgend overlijdensattest.

Ik, ondergetekende commissaris van het departement van koophandel (der) Coloniën verklaar hiermede dat Laurent Laukens, geboortig van Aggel op den Vierden Augustus des jaars Zeventien hondert vijfen negentig zonder iets naar te laten is komen te Overlijden. Als blijkt bij ’t Grootboek Batavias Hospital 179 5/6 (folio?) 3533 Lit 28 no 4 (voor Delft)
Amsterdam, 4 Oktober 1815
Uit dit document bleek dat “Laurens Laukens uit Aggel” inderdaad op die datum in het hospitaal van Batavia overleden was. Dit was des te meer merkwaardig omdat op het ogenblik van zijn overlijden zijn zoontje, dus de latere bruidegom, amper 10 jaar oud was, en dat de moeder ook niet meer in leven was. Uiteraard was dit een reden om de levensloop van deze Laurentius Laukens te reconstrueren.
Een verdere speurtocht bracht ons bij een web site waar heel wat info over de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) te vinden is, en met name de passagierslijsten van de schepen die naar het verre Oosten vaarden.
Inderdaad vonden we een zekere Laurens Laukens die op 8 juli 1793 als soldaat in dienst was gekomen van de VOC. Hij vertrok op die dag met de Constantia vanuit Goeree met als bestemming Batavia (het huidige Jakarta / Indonesië). De Constantia was een zogenaamd spiegelretourschip, een schip dat speciaal ontwikkeld was voor dergelijke reizen. Het schip kwam op 12 november 1793, dus ruim vier maanden later, in Kaapstad aan. Daar vertrok het schip terug op 8 december, om op 18 februari 1794 uiteindelijk in Batavia aan te komen. De tocht had dus meer dan zeven maanden in beslag genomen, maar dat was een voor die tijd normale reisduur.

Laurens Laukens van aggel soldaat volgens resolutie van Eer 17 (Heren 17) indato 13 april 1786 en winne op de uyt en thuys (reis) geen gag heeft aan zijn kind Johannes Godfredus Laukens 3/m: ver(maakt) te ontvangen bij Egidius Franken te Aggelen
Marge: 1793 21 Juny af 1 m gagie op de hand f 9
tot en met den 31 december 1822 bij de algemeene Kommissie van Liquidatie verevend met F(lorijn) 21:40c of 21,8
Extract opgave van Komm F 21
Anderhalf jaar later stierf Laurentius Laukens in het ziekenhuis van Batavia, enkele dagen nadat hij 35 jaar geworden was. Voor zover we weten moet het ziekenhuis van Batavia een afschuwelijk plaats geweest zijn. Waarom is hij in 1793 een dergelijk avontuur begonnen? Was het omdat zijn echtgenote een jaar tevoren, op 4 juli 1792, overleden was? Laurentius en zijn echtgenote stamden beide uit een Teutenfamilie en waren ooit verre van onbemiddeld, maar de familie was op zeer korte tijd totaal verarmd. Lagen die financiële problemen aan de oorsprong van de fatale beslissing om dienst te nemen? Of was er nog een andere reden? Had het te maken met de onzekere politieke situatie ten tijde van de Luikse revolutie? Elders in dit boek zullen we hier verder op ingaan. Feit is dat Laurentius wanhopig moet geweest zijn: hij liet immers zijn achtjarig zoontje achter! We weten wel dat hij bij de VOC een gedeelte van het loon dat hij verdiende aan zijn zoontje liet bezorgen. Hij tekende immers een zogenaamde maandbrief, een overeenkomst waardoor hij maximaal drie maandlonen per jaar voor zijn familie kon afstaan. Het is dus duidelijk dat hij zijn zoontje niet zomaar in de steek liet!
Bij verder onderzoek werd het verhaal nog mysterieuzer! In de passagierslijsten van de VOC was er melding van vier personen met de naam Laukens. Twee ervan hadden een totaal andere afkomst, maar één heette Hendrik, en was afkomstig van “Akkel int ’t luijkse”. Laurentius had een jongere broer Hendrik, en al gauw bleek dat het wel degelijk om de Hendrik ging die ook voor de VOC had gevaren.
Hendrik’s lot was zo mogelijk nog onfortuinlijker dan dat van zijn broer. Hij nam dienst in de VOC als soldaat op 16 september 1788, datum waarop het schip, de Teilingen, vertrok vanuit Goeree. Hendrik was gedoopt op 11 juni 1766 en bijgevolg slechts 22 toen hij dienst nam. Op 10 februari 1789 arriveerde het schip op de Kaap de Goede Hoop, om er op 1 maart 1789 terug te vertrekken met bestemming Batavia. Hendrik was evenwel niet meer aan boord.
Hij moet al ziek geweest zijn, want hij stierf op 14 maart 1789 op de Kaap. Hij heeft Batavia dus nooit gehaald. Het is zeer waarschijnlijk dat Laurentius wist van de dood van zijn jongere broer. Het is daardoor des te onbegrijpelijker dat hij zelf ook dienst nam, temeer daar soldaat zowat de minst betaalde functie bij de VOC moet geweest zijn.


De lotgevallen van de twee broers Laukens zijn zeker geen uitzonderingen; meer nog: het zijn niet de enige Laukensen in de VOC! Zie hiervoor Nog naamgenoten in de Verenigde Oost-Indische Compagnie. In tal van, vooral Nederlandse, genealogieën die men tegenwoordig op internet kan raadplegen, vindt men gelijkaardige verhalen. Statistisch gezien kwamen van al degenen die met de VOC naar het Verre Oosten vertrokken, minder dan de helft terug; velen vestigden zich en bouwden er een nieuw leven op, maar heel wat vielen ten prooi aan ziekte en ontbering. Dit belette velen toch niet om hun gezin achter te laten en de gevaarlijke tocht – soms meerdere keren – te ondernemen!
Hoe dan ook blijft het een merkwaardig verhaal hoe twee broers uit een Kempens dorp dienst nemen in wat wel eens de eerste multinational wordt genoemd, om dan kort daarop ergens in een vreemd land te sterven. Terecht vraagt men zich af waarom ze deze fatale stap hebben gezet, zeker als men weet dat beiden uit een welstellend gezin kwamen. Zoals we verder zullen zien blijkt dat de familie op enkele jaren tijd volledig verarmde, en dat beide broers geen andere uitweg meer zagen dan dienst te nemen in de VOC.
