Spring naar de inhoud

Maken van stambomen

“En hoever ben je al geraakt?” is steevast de eerste vraag die elke genealoog te horen krijgt als hij over zijn hobby (vaak is het eerder een passie) spreekt. Voor een leek is een stamboom die reikt tot in het verre verleden blijkbaar het hoofddoel van het onderzoek. En laat ons eerlijk zijn: voor vele genealogen is dat ook het geval. Enige relativering lijkt ons gewenst!

Ieder mens heeft twee ouders. Die ouders hebben telkens weer twee ouders, en zo verder. Ieder mens heeft dus vier grootouders, acht overgrootouders, enz. Als we al die generaties oplijsten in een overzicht krijgen we een kwartierstaat. Maar als we ver genoeg terugkeren in de tijd is er een probleem.

Achel ligt in het noorden van Belgisch Limburg, netjes op de grens met Nederland. Al wie daar geboren is en een Belgische vader en/of moeder heeft, is dus Belg. Maar hoe zat dat nu vroeger, bijvoorbeeld in de tijd van onze eerste naamgever, Herman Laukens, die er leefde in de 15de eeuw?

Zeg nu zelf: “mijn edel-stam-betovergrootvader” klinkt toch wel héél anders dan “my 26th great- grandfather” 

Een aantal jaren geleden vond ik in een privé-archief een boekje over “Het geslacht …”, opgesteld door het “Genealogisch Genootschap België”, Postbus 810 te 2600 Berchem. Als genealoog was ik uiteraard benieuwd naar de inhoud, maar mijn nieuwsgierigheid maakte vlug plaats voor ergernis.