Al in de 17de en de 18de eeuw verlieten naamgenoten het dorp van hun voorouders om hun geluk elders te gaan beproeven. Ze trokken naar West-Vlaanderen en Nederland. Later zouden nazaten ervan in Duitsland, Frankrijk, AustraliĆ« en de Verenigde Staten terecht komen. Zie hierover “De tak Achel zwermt uit“. Anderen, zoals onze familietak, bleven – voorlopig althans – in hun geboortedorp.
Hier bespreken we de 18de eeuw in onze familietak; en die eeuw is – zacht uitgedrukt – een bewogen periode geworden. In enkele jaren tijd is het familiefortuin, dat door generaties teuten was opgebouwd, in rook opgegaan. Het dieptepunt was het overlijden – in miserabele omstandigheden – van Laurentius Laukens op 4 augustus 1795. De volgende generaties waren geen teuten meer, maar werden eerzame schoenmakers, en dit voor nagenoeg anderhalve eeuw.
In 1709 werd Godefridus Laukens geboren, de laatste succesvolle teut van onze familietak.
Welke Godefridus? Een speurtocht naar de juiste voorvader.
Beide zonen monsterden aan als soldaat bij de Vereenigde Oostindische Compagnie
Hendricus en Laurentius Laukens bij de VOC
Tijdens het korte leven van Laurentius Laukens ging het grote familiefortuin volledig verloren
De teloorgang van een teutenfamilie: Laurentius Laukens (1760-1795)
Achtergrondinformatie:
Geschiedenis – De Vereenigde Oostindische Compagnie
Het vervolg in de 19de (en 20ste) eeuw: anderhalve eeuw schoenmakers
Jan Godefridus (1785-1858) tot Jan Goedfridus Laukens (1859-1952)

